Hou dit nog even vast! Binnenkort ben ik terug!

In een grot wonen kan leuk zijn. Het is er altijd fris, koud zelfs. Dat werkt met zomerse temperaturen buiten de grot van rond de dertig graden heerlijk verkoelend. Bijkomend effect is dat je tepels er de hele dag hard zijn, wat in eerste instantie wat nutteloos klinkt, maar stiekem gewoon heel fijn is. Ook zul je in een grot nooit te hoeven kutten om aan water te komen. Kuch drie keer tegen een willekeurige wand en de druppeltjes sijpelen er niet veel later van af. Het water vervolgens opvangen en gebruiksklaar maken (om er bijvoorbeeld een dampende kop thee van te maken) is dan wel weer lastig, maar dat weegt natuurlijk nooit op tegen het gemak waarmee de druppeltjes tot stand komen.
Het mooie van leven in een grot is dat je artistieke creativiteit tot oneindige proporties groeit; je ziet wegens het gebrek aan licht namelijk nooit precies wat je creëert en zo doemen de meest prachtige creaties op in je persoonlijke verbeeldingsveld. Je wilt een mooie vlinder tekenen? Pak een krijtje, zet er drie nonchalante strepen mee op de muur en creëer zo een prachtig wegfladderende Koningenpage mèt paarse befjes op beide vleugels. In een met felle tl-buizen verlichte kamer krijg je dat echt niet voor elkaar.
Helaas heeft leven in een grot, ondanks de harde tepels en paarse vlinders, ook zijn negatieve kanten. Zo is het hebben van sociaal contact met mensen buiten de grot erg veeleisend en lastig. Het kan wel, maar de moeite die er voor moet worden gedaan is gewoon vele malen groter dan normaal. Oriëntatie is daarbij één van de grootste boosdoeners. Je moet constant op zoek gaan naar oriëntatiepunten in de grot om zo ergens te komen. Herkenningspunten zijn er niet, dus leven in een grot is als leven met de ziekte van Korsakov. Je herkent geen vaste patronen en het is dus steeds weer alsof je alles voor het eerst doet. Ik heb geprobeerd de verschillende stalagtieten namen te geven om zo een herkenbare route te creëren, maar het vervelende aan die stalagtieten is dat ze nogal schuchter zijn. Zo hangt stalagtiet Miep het ene moment stoer naar de grond te wijzen, het andere moment is ze nergens te bekennen omdat ze zich zogenaamd schaamt voor die twee hangende druppels aan haar botte punt. En dan kun je weer van vooraf aan beginnen met oriënteren. Lukt het je om je door dat moeizame proces te werken, dan komt nog het communicatieproces. Steeds maar weer uitleggen waarom je zo wit bent en een vreemd amoniakachtig aroma om je heen hebt hangen, voordat je tot je punt kunt komen gaat ook na verloop van tijd gewoon tegenstaan.
Zo is het leven in een grot zwaar. Het is hard werken. Zo nu en dan is het (met mate) genieten, maar vooral een continue overlevingsstrijd. Je bent constant bezig met aanpassen. Het inschatten van situaties en er zo effectief mogelijk mee omgaan. Het moge duidelijk zijn: Ik woon liever niet in een grot.
Mag ik dan nu alstublieft mijn internetverbinding terug?
Ik leef al een aantal weken in een grot. Over wat ik in die grot allemaal meemaak zal ik binnenkort helemaal losgaan hier. Voorlopig betekent het dat er echt bar weinig materiaal verschijnt op deze site, dit in tegenstelling tot de vele muurschilderingen in mijn grot. Ondanks de druipende duisternis van mijn grot heb ik wel gewoon teksten geschreven voor mijn opleiding. Die pleur ik hier dan ook schaamteloos neer, zodat het toch nog een beetje lijkt alsof ik besta.
Hier wederom een recensie van mijn hand. Een recensie over een film. Een kutfilm, zoals zal blijken uit de tekst. Veel plezier. En blijf vooral langskomen.
Sfeervolle verhaalloosheid
Onverharde wegen, rondrennende kinderen en schreeuwende mannen. Het zijn typische taferelen die kenmerkend zijn voor kleine Italiaanse dorpjes. Italianen ogen in hun dagelijks doen en laten nogal chaotisch. Een beeld dat Giuseppe Tornatore treffend in beeld brengt met zijn miljoenenproductie ‘Baarìa’. Zo treffend zelfs, dat het verhaal in dezelfde film er behoorlijk onder lijdt. Prachtige beelden van nog prachtiger landschap, mooie muziek en zeer puike acteerprestaties brengen daar helaas geen verandering in.
Het verhaal, voor zover daar sprake van is in de film, begint en eindigt in het kleine dorpje Bagheria op het Italiaanse eiland Sicilië. In de film worden drie generaties van de familie Torrenuova gevolgd. Een onder armoede gebukt gaande Italiaanse familie, waar verder niet zo heel veel mee aan de hand is. Dat is dan ook meteen het grootste minpunt aan de film Baarìa: Een doodgewone familie wordt in beeld gebracht zonder dat er daadwerkelijk iets gebeurt. De film krijgt zo al gauw het karakter van een veredelde documentaire over hoe het leven er aan toe gaat in een pittoresk, Italiaans dorpje.
Het is begrijpelijk dat auteur en regisseur Giuseppe Tornatore het dorpje Bagheria (uitgesproken en geschreven als Baarìa in lokaal dialect) zo mooi mogelijk wil neerzetten, aangezien hij er geboren en getogen is. Het is hem dan ook ontzettend goed gelukt zijn dorpje mooi neer te zetten. De decors in de film zijn prachtig en stralen authenticiteit uit. Vooral het bruine filter dat op de beelden is aangebracht draagt daar aan bij. De geur van olijfolie en verse pasta zijn haast ruikbaar bij de beelden van het Italiaanse stadje zoals dat er zo’n zestig jaar geleden bij moet hebben gelegen. Het is een genot om een jonge Peppino Torrenuova midden op straat een koe te zien melken, terwijl om hem heen moeders de was staan op te hangen zoals alleen Italiaanse nonna’s dat kunnen. Het zijn beelden die in een documentaire over de stad Bagheria niet zouden misstaan.
Baarìa is echter geen documentaire. Baarìa is een film waarin een het leven van één familie centraal staat. Belangrijkste persoon daarbij is Peppino Torrenuova, grotendeels gespeeld door rijzende Italiaanse ster Francesco Scianna. Te zien is hoe Peppino zorgeloos opgroeit in een dan nog ouderwets en kleinschalig Bagheria. Hij rent als jongetje over de straten, steelt met vriendjes vruchten, melkt een koe en speelt met zijn tol. Deze alledaagse zaken worden in beeld gebracht en lijken verder geen enkel doel te hebben buiten het creëren van sfeer. Als iets later in de film Peppino wat ouder is, valt (vluchtig) te zien hoe hij zijn grote liefde ontmoet, hoe hij bekeert tot het communisme en hoe hij een politieke carrière ambieert. Wederom alledaagse zaken die de film doen voortkabbelen als een heuse documentaire. De film hangt samen van gebeurtenissen die wellicht aantonen hoe het leven door de jaren heen verandert, maar die verder niet tot spannende momenten leiden.
De film wekt, ondanks zijn 163 minuten, een ietwat gehaaste indruk. En dat is bijzonder te noemen. Het lijkt alsof Giuseppe Tornatore de hele wereld wil laten zien hoe mooi zijn geboorteplaats is en zich daarbij flink vergaloppeerd. Het idee om aan de hand van één familie in beeld te brengen hoe het dorpje Bagheria uitgroeit tot een heuse stad, is erg ambitieus en slim. De uitwerking van het idee is echter minder slim. Tornatore probeert zoveel mogelijk te laten zien van het dorpje, zonder daarbij de familie Torrenuova naar de achtergrond te schuiven. Het resultaat bestaat uit veel gehaaste shots van gehaaste gebeurtenissen die als los zand bij elkaar lijken te hangen. Het ene moment loopt het gehele dorp in een optocht door de straten van Bagheria, het andere moment staat Peppino met een grote groep communisten arbeid te verrichten op de velden naast het dorpje. Dan is weer te zien hoe zijn dochtertje in een klaslokaal vertelt dat haar vader werkloos is. Het zijn allemaal onduidelijke overgangen die typerend zijn voor de verhaalloosheid van de film.
Die verhaalloosheid in de film heeft tot gevolg dat de zeer puike acteerprestaties nogal wegvallen. Italiaans ex-model en lust voor het oog Margareth Madé zet bijvoorbeeld de vrouw van Peppino voortreffelijk neer. Het temperament waarmee veel Italiaanse vrouwen gezegend zijn spat door haar opgefokte acteerwerk bijkans van het scherm af. Wederom een bijdrage aan het creëren van veel sfeer, maar verder niks toevoegend aan het verhaal. Ze is boos op Peppino, maar wat maakt het eigenlijk uit?
Hetzelfde geldt voor de stervende vader van Peppino, gespeeld door Gaetano Aronica. Hij ligt op zijn sterfbed en vraagt naar Peppino, Peppino komt iets later de kamer binnen en de vader sterft. Het zou een aangrijpende scène kunnen zijn als er sprake is van een sterk verhaal. Een verhaal waarin een emotionele band wordt ontwikkeld met verschillende familieleden, zodat het de kijker daadwerkelijk raakt als er iets dramatisch gebeurt met één van de familieleden. In deze film is dat niet het geval, omdat er te gehaast door gebeurtenissen heen wordt gejaagd. Steeds als een emotioneel moment lijkt aan te breken, wordt dit direct afgekapt door een misplaatste grap. Een grap in de vorm van een de gehele film terugkerende man die dollars verkoopt. Of erger nog: Een complete familie die uit het niets aan de stervende vader Torrenuova vraagt of hij de groeten wil doen aan allerlei eerder gestorven bekenden. Zo wordt ieder greintje emotie zorgvuldig de nek omgedraaid en is er nooit sprake van enige emotionele binding met de personages.
Het is Giuseppe Tornatore uitermate goed gelukt zijn geliefde geboorteplaats neer te zetten als pittoresk, Italiaans dorpje. Het is de acteurs goed gelukt dat beeld alleen maar te versterken en de muziek daarbij is van hoog niveau. Het ontbreekt de film echter aan een goed uitgewerkt verhaal, waardoor de 163 minuten die het kost om de film te zien aanvoelen als een oneindigheid.