Ronald Goeman

De Verplaatste Ronald Goeman

Archive for the 'Uncategorized' Category

De internationale, supergeheime politiedienst is terug.

Laat me even heel duidelijk zijn. Wat ik op dit moment wil, is dat jij dit stukje muziek luistert. Je kan nu aan je neus krabben, de andere kant op kijken en snel naar je startpagina vluchten, maar je hebt dit gelezen en het knaagt. Ik knaag aan je tenen. Luister hier naar. Het is namelijk een ouderwets sterk Interpol-nummer. Hij is alweer ruim een maand beschikbaar, maar zojuist is het kwartje bij mij gevallen. Interpol gaat volgende maand een briljant nieuw album afleveren en ik ga daar live van genieten in de Heineken Music Hall.

Jij gaat hier naar luisteren en niet verder komen dan 42 seconden. Zo zie je maar.

Iets met smaak en twisten.

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have Comment (1)

Herkauwen: Nat.

Ik lees af en toe dingetjes terug. Dingetjes van mezelf. Ook van anderen lees ik dingetjes terug, maar in dit geval ging het om mezelf. Ik moest om mezelf lachen. Dat wil ik graag nogmaals delen. Ik ben geen narcist…

Nat

Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik nu precies moet doen. Hard lachen of keihard lachen, ik twijfel nog. Het gebeurde in ieder geval vanochtend in Utrecht.

Ik heb echt verschrikkelijk veel moeite met wakker worden. Of nee, het wakker worden is niet eens zo heel moeilijk, vooral het uit bed stappen is voor mij een uitdaging.  Ik vraag mij nog steeds af welke gestoorde klootzak de ‘snooze’-functie voor wekkers heef t bedacht en misschien meer nog welke organisatie er voor heeft gezorgd dat elke wekker die functie bevat. Begrijpt niemand dan dat we allemaal kapot gemaakt worden door die ene kutfunctie? Negen minuutjes langer slapen zorgt er echt niet voor dat je ineens wél blij bent en juichend je bed uit springt. Voor zover ik weet zijn die negen minuten vooral goed voor wat extra donkerblauw onder de oogjes en een humeur waar je je reet nog niet mee wil afvegen. Vandaag vond deze mentale slachtpartij voor mij al om 05:00 uur plaats (wat voor iemand die al moeite heeft met een ‘wekkertje tien’ echt héél vroeg is) en moest er gewerkt worden. Zoals eerder vermeld sta ik ingeschreven bij een uitzendbureau. Vandaag was het tijd voor het eerste suffe klusje. Ik werd op Utrecht Centraal verwacht om tijdschriften uit te delen. Tijdschriften uitdelen, heerlijk!

En daar ging ik. Ik mocht vrouwen verblijden met de Viva van vorige week. Ik mocht ze natuurlijk ook aan mannen geven, maar verder dan twee daklozen en een Turk ben ik wat dat betreft niet gekomen. Ik vond het vooral mooi om te zien hoe blij ik vrouwen maakte met dat oude blaadje. Je maakt die vreselijke maandagochtend, het onvermijdelijke begin van weer een week ellende, toch wat draaglijker voor die hardwerkende vrouwen. Mijn locatie was ook erg tactisch, moet ik zeggen. Onderaan een roltrap richting de stadsbussen. Halverwege de tocht naar beneden zag ik dan ook bij een heleboel vrouwen voorzichtig een glimlach verschijnen na het zien van mijn onweerstaanbare stapel leesvoer. Ingehuurd om vrouwen blij te maken dacht ik mijn ochtendje wel door te komen. Totdat er ineens een wat norse man voor mij kwam staan. “Kan ik u verblijden met een Viva, meneer?” vroeg ik, gevolgd door een vrij homofiele glimlach. Je weet het natuurlijk maar nooit, misschien trekt deze man zich thuis wel stiekem af op ingezonden vragen over vreemde uitslag rond het vrouwelijke geslachtsdeel. Zoals verwacht hoefde de man geen Viva van mij. Het enige wat de man wilde weten was of ik wel een vergunning had. Ik moest lachen. In tegenstelling tot de vrouwen triggerde mijn stapel weekblaadjes bij deze man een gevoel van woede. Om zijn vraag kracht bij te zetten flapte de meneer zelfs nog een mooie, glimmende politiebadge uit zijn broekzak, zoals je dat in films ook altijd ziet. Het bleek om een zogeheten BOA te gaan, een ambtenaar die als taak heeft mensen te vragen naar vergunningen. Lekker dan. Er was geen vergunning voor handen en dus mochten we verslagen afdruipen. De man liep verder en bleef nog even heel stiekem om het hoekje staan om er zeker van te zijn dat we wel echt weggingen. Mijn eerste ochtendje werk zat er op en sloeg werkelijk als een kut op een stoeprand.

Ik wil de man dan ook hartelijk bedanken voor zijn nobele optreden. Ook wil ik graag de groetjes doen aan zijn vrouw en haar zwarte dildo.

16 november 2009 op de VernieuwdeRonaldGoeman.Wordpress.com

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have Comment (1)

Nuance in NYC

Dit is wel weer een moment om het een en ander te delen. Gezien het gemiddeld twee keer per dag doorkomende zonnetje is het natuurlijk nog steeds volop zomer in Nederland, maar toch wil ik alvast het nodige evalueren en  vooral nuanceren. Vooral de recente trip naar New York zal daarbij als rode draad dienen. Hoe een week in dat Amerikaanse stadje zoveel los kan maken, het is een wonder.

Ik ga natuurlijk niet ongehinderd losbranden over wat ik daar al dan niet heb uitgespookt. Ik ga het anders doen. Als irritante wijsneus wil ik hier even mijn mening geven over iets. Het is geen poging mezelf te profileren als een expert op een bepaald vlak, daar ben ik veel te bescheiden en knap voor. Wel wil ik mezelf hier profileren als éénentwintigjarige student die ruim een week in New York heeft rondgelopen en nu de indruk heeft dat hij daardoor een stevig onderbouwde mening kan neerknallen op zijn eigen website. De Brooklynbridge was mooi.

Niemand (die dit leest) kan zeggen dat hij/zij niks heeft meegekregen over het nonnieuws betreffende een publiek optreden in New York komende september van een blondrechtse man, die in Nederland de boel een beetje zit te gedogen. En mocht je toch zeggen dat je het voor elkaar hebt gekregen deze belachelijke headline te missen, Empire State Building was mooi en hoog.

In New York zijn negen jaar geleden twee hoge gebouwen neergeploft door een aanslag. Op de plek waar dat gebeurde ligt nu een bouwput van jewelste en wordt door een behoorlijke hoeveelheid bouwvakkers dag in dag uit keihard gebikkeld. Er moet een nieuw hoog gebouw komen, dus die bouwvakkers zijn de komende tijd nog wel even zoet. Ze zagen er in ieder geval druk uit. Als je na het schieten van wat fotootjes bij Ground Zero  vervolgens een straat oversteekt, een straat uitloopt, linksaf slaat, een stuk loopt, nog een straat oversteekt, een tweede stuk loopt, een flesje water koopt aangezien het best heet is, een volgende straat oversteekt en naar links afbuigt, dan kom je voor een leegstaand pand terecht en ben je ruim tien minuten verder. Mooi gezicht, al die gele taxi’s overal.

Dat lege gebouw is zo’n tien jaar geleden opgekocht door een organisatie die zich inzet voor het wel en wee van moslims in westerse landen (in dit geval de stad New York). De grote man achter die organisatie is Imaan Feisal Abdul Rauf. Een gelovig man die zich hardmaakt voor een wereld waarin mensen met verschillende religies vredig met elkaar omgaan. Amerika is wat dat betreft het perfecte land, aangezien geen land ter wereld zo divers is qua bevolking en religie als Amerika. Het Vrijheidsbeeld was mooi, maar ik had hem groter verwacht.

Rauf’s meest recente plan is het ontwikkelen van een cultureel centrum, specifiek gericht op moslims. Een cultureel centrum waar mensen heen kunnen om te ontspannen door te sporten in de sportzaal, te zwemmen in het zwembad, te lunchen in het restaurant of te bidden in de gebedsruimte. Niet moslims zijn ook meer dan welkom, iedereen is er namelijk welkom. Central Park was indrukwekkend.

De mensen die in New York wonen en leven komen oorspronkelijk uit alle hoeken en gaten van de wereld vandaan. New York is waarschijnlijk de meest multiculturele stad ter wereld en het toppunt van religieuze vrijheid. In New York mag iedereen zich helemaal rot geloven in waar men zich het prettigst bij voelt. Geloof je helemaal de pleuris, maar drink alsjeblieft wel met mate en let op het aantal calorieën in het eten  dat je naar binnen harkt, zou de slogan van New York in het Nederlands kunnen zijn. Hij is natuurlijk niet heel pakkend, maar de strekking lijkt me duidelijk. Ook Coney Island was bijzonder.

In Nederland zijn we geneigd te denken dat we een groot en machtig land zijn. Iedereen kent Nederland en wij kennen iedereen. En laat dat nou mooi onzin zijn! Natuurlijk is de kans groot dat als je tijdens je vakantie op een Spaans strand aan de praat raakt met een willekeurig persoon, die persoon Nederland kent. Amsterdam, weed, yeah! Maar ga iets verder op reis en het valt akelig tegen hoe bekend Nederland is. “Nederland? Ligt dat niet rechts van Denemarken?”. Denk dus vooral niet dat mensen in Amerika, New York in het bijzonder, zich ook maar het allerkleinste beetje druk maken over wat politieke clowns in dat gehucht Holland vinden van het bouwen van een Moskee op de bouwput van ’s werelds grootste terroristische aanslag aller tijden. Chinatown stonk, maar was wel mooi om te zien.

Ik hoop dat ik zo duidelijk genoeg ben en enige nuance de wereld in heb gebracht. Laten we ons in Nederland vooral niet druk maken over het al dan niet plaatsen van een zogenaamde ‘moskee’ in een stad die eeuwen geleden al afscheid heeft genomen van onze betweterigheid. Ik denk dat we beter even goed kunnen nadenken over het feit dat een extreem rechtse Limbo met racistische uitingen en populistisch gedrag door anderhalf miljoen mensen wordt gesteund. Dàt is iets waar we ons zorgen over zouden moeten maken.

De koffie was er wat slap, maar de absurde hoeveelheid en lage prijs compenseerden dat ruimschoots.

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have No Comments

Zomer

Hou dit nog even vast! Binnenkort ben ik terug!

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have No Comments

Opvullertje

Ik leef al een aantal weken in een grot. Over wat ik in die grot allemaal meemaak zal ik binnenkort helemaal losgaan hier. Voorlopig betekent het dat er echt bar weinig materiaal verschijnt op deze site, dit in tegenstelling tot de vele muurschilderingen in mijn grot. Ondanks de druipende duisternis van mijn grot heb ik wel gewoon teksten geschreven voor mijn opleiding. Die pleur ik hier dan ook schaamteloos neer, zodat het toch nog een beetje lijkt alsof ik besta.

Hier wederom een recensie van mijn hand. Een recensie over een film. Een kutfilm, zoals zal blijken uit de tekst. Veel plezier. En blijf vooral langskomen.

Sfeervolle verhaalloosheid

 Onverharde wegen, rondrennende kinderen en schreeuwende mannen. Het zijn typische taferelen die kenmerkend zijn voor kleine Italiaanse dorpjes. Italianen ogen in hun dagelijks doen en laten nogal chaotisch. Een beeld dat Giuseppe Tornatore treffend in beeld brengt met zijn miljoenenproductie ‘Baarìa’. Zo treffend zelfs, dat het verhaal in dezelfde film er behoorlijk onder lijdt. Prachtige beelden van nog prachtiger landschap, mooie muziek en zeer puike acteerprestaties brengen daar helaas geen verandering in. 

Het verhaal, voor zover daar sprake van is in de film, begint en eindigt in het kleine dorpje Bagheria op het Italiaanse eiland Sicilië. In de film worden drie generaties van de familie Torrenuova gevolgd. Een onder armoede gebukt gaande Italiaanse familie, waar verder niet zo heel veel mee aan de hand is. Dat is dan ook meteen het grootste minpunt aan de film Baarìa: Een doodgewone familie wordt in beeld gebracht zonder dat er daadwerkelijk iets gebeurt. De film krijgt zo al gauw het karakter van een veredelde documentaire over hoe het leven er aan toe gaat in een pittoresk, Italiaans dorpje.

Het is begrijpelijk dat auteur en regisseur Giuseppe Tornatore het dorpje Bagheria (uitgesproken en geschreven als Baarìa in lokaal dialect) zo mooi mogelijk wil neerzetten, aangezien hij er geboren en getogen is. Het is hem dan ook ontzettend goed gelukt zijn dorpje mooi neer te zetten. De decors in de film zijn prachtig en stralen authenticiteit uit. Vooral het bruine filter dat op de beelden is aangebracht draagt daar aan bij. De geur van olijfolie en verse pasta zijn haast ruikbaar bij de beelden van het Italiaanse stadje zoals dat er zo’n zestig jaar geleden bij moet hebben gelegen. Het is een genot om een jonge Peppino Torrenuova midden op straat een koe te zien melken, terwijl om hem heen moeders de was staan op te hangen zoals alleen Italiaanse nonna’s dat kunnen. Het zijn beelden die in een documentaire over de stad Bagheria niet zouden misstaan.

Baarìa is echter geen documentaire. Baarìa is een film waarin een het leven van één familie centraal staat. Belangrijkste persoon daarbij is Peppino Torrenuova, grotendeels gespeeld door rijzende Italiaanse ster Francesco Scianna. Te zien is hoe Peppino zorgeloos opgroeit in een dan nog ouderwets en kleinschalig Bagheria. Hij rent als jongetje over de straten, steelt met vriendjes vruchten, melkt een koe en speelt met zijn tol. Deze alledaagse zaken worden in beeld gebracht en lijken verder geen enkel doel te hebben buiten het creëren van sfeer. Als iets later in de film Peppino wat ouder is, valt (vluchtig) te zien hoe hij zijn grote liefde ontmoet, hoe hij bekeert tot het communisme en hoe hij een politieke carrière ambieert. Wederom alledaagse zaken die de film doen voortkabbelen als een heuse documentaire. De film hangt samen van gebeurtenissen die wellicht aantonen hoe het leven door de jaren heen verandert, maar die verder niet tot spannende momenten leiden.

De film wekt, ondanks zijn 163 minuten, een ietwat gehaaste indruk. En dat is bijzonder te noemen. Het lijkt alsof Giuseppe Tornatore de hele wereld wil laten zien hoe mooi zijn geboorteplaats is en zich daarbij flink vergaloppeerd. Het idee om aan de hand van één familie in beeld te brengen hoe het dorpje Bagheria uitgroeit tot een heuse stad, is erg ambitieus en slim. De uitwerking van het idee is echter minder slim. Tornatore probeert zoveel mogelijk te laten zien van het dorpje, zonder daarbij de familie Torrenuova naar de achtergrond te schuiven. Het resultaat bestaat uit veel gehaaste shots van gehaaste gebeurtenissen die als los zand bij elkaar lijken te hangen. Het ene moment loopt het gehele dorp in een optocht door de straten van Bagheria, het andere moment staat Peppino met een grote groep communisten arbeid te verrichten op de velden naast het dorpje. Dan is weer te zien hoe zijn dochtertje in een klaslokaal vertelt dat haar vader werkloos is. Het zijn allemaal onduidelijke overgangen die typerend zijn voor de verhaalloosheid van de film.

Die verhaalloosheid in de film heeft tot gevolg dat de zeer puike acteerprestaties nogal wegvallen. Italiaans ex-model en lust voor het oog Margareth Madé zet bijvoorbeeld de vrouw van Peppino voortreffelijk neer. Het temperament waarmee veel Italiaanse vrouwen gezegend zijn spat door haar opgefokte acteerwerk bijkans van het scherm af. Wederom een bijdrage aan het creëren van veel sfeer, maar verder niks toevoegend aan het verhaal. Ze is boos op Peppino, maar wat maakt het eigenlijk uit?

Hetzelfde geldt voor de stervende vader van Peppino, gespeeld door Gaetano Aronica. Hij ligt op zijn sterfbed en vraagt naar Peppino, Peppino komt iets later de kamer binnen en de vader sterft. Het zou een aangrijpende scène kunnen zijn als er sprake is van een sterk verhaal. Een verhaal waarin een emotionele band wordt ontwikkeld met verschillende familieleden, zodat het de kijker daadwerkelijk raakt als er iets dramatisch gebeurt met één van de familieleden. In deze film is dat niet het geval, omdat er te gehaast door gebeurtenissen heen wordt gejaagd. Steeds als een emotioneel moment lijkt aan te breken, wordt dit direct afgekapt door een misplaatste grap. Een grap in de vorm van een de gehele film terugkerende man die dollars verkoopt. Of erger nog: Een complete familie die uit het niets aan de stervende vader Torrenuova vraagt of hij de groeten wil doen aan allerlei eerder gestorven bekenden. Zo wordt ieder greintje emotie zorgvuldig de nek omgedraaid en is er nooit sprake van enige emotionele binding met de personages.

Het is Giuseppe Tornatore uitermate goed gelukt zijn geliefde geboorteplaats neer te zetten als pittoresk, Italiaans dorpje. Het is de acteurs goed gelukt dat beeld alleen maar te versterken en de muziek daarbij is van hoog niveau. Het ontbreekt de film echter aan een goed uitgewerkt verhaal, waardoor de 163 minuten die het kost om de film te zien aanvoelen als een oneindigheid.

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have No Comments

Jassenlusjes

Tijdens het verrichten van betaalde arbeid kom ik regelmatig tot nieuwe inzichten. Met die inzichten doe ik vervolgens nooit echt iets. Het is vaak kennis die handig is voor het te verrichten werk, maar meer ook niet. Een leuke bijkomstigheid.

Eén van de meest recente inzichten heeft te maken met mijn handelingen als ervaren jassen-ophanger. Dan sta je in een garderobe van een schouwburg jassen van mensen aan te nemen die binnen een halfuur gaan genieten van een voorstelling en overvalt zoiets je. En dan gaat het mij niet eens om de belachelijk, overdreven nichterige manier van overgeacteerd gastvrij zijn, waar ik een kei in ben. Een zwerfkei, durf ik wel te stellen. Dat is een net iets grotere kei. En een wat oudere. Hoewel je ongetwijfeld ook kleine zwerfkeien hebt, moet je mij in deze context maar even beschouwen als een enorme zwerfkei. Een enorme, homofiele zwerfkei.

Dat is dus niet waar ik heen wil hier. Dat inzicht was een tijdje terug al door mij opgemerkt. Wat ik mij recenter ineens besefte heeft te maken met lusjes. Lusjes waaraan je jassen kan ophangen, om precies te zijn. Er zijn een heel veel verschillende soorten lusjes. Sommige zijn zelfs het woord lusje onwaardig en kunnen beter ’stalen ketting’ genoemd worden. Vooral gestoffeerde jassen met hoge kraag hebben daar een handje van. Het is voor mij als garderobe-man bij iedere jas weer een verrassing waar ik mee wordt opgezadeld. Stiekem hoop ik telkens op dat eenvoudige lusje, zoals jassenlusjes bedoeld zijn. Gewoon lekker simpel, de lus is namelijk geen onderdeel van de uitstraling van een jas. Je ziet het lusje van afstand niet, dus waarom er in godsnaam een kleurtje of extra naadje aan geven. Dat hoeft gewoon niet. Geef mij maar gewoon die overzichtelijke lus.

Waar ik dan, hopend op die gebruiksvriendelijke lus, vaak op stuit is de elastieke lus. En die zijn me toch een partij kut. Niet alleen rekt het elastieke lusje na iedere ophangbeurt verder uit, wat je op zich al als een zwaarwegend minpunt kunt zien voor een fatsoenlijke lus, ook de stof waarvan de lus is gemaakt is vaak gerafeld. Dit laatste heeft tot gevolg dat het elastieken lusje vaak tegen breken aanzit en ik als nichterig pratende jasophanger met de gebakken peren zit als het elastiekje door mijn toedoen breekt. “Kun je niet ff wat voorzichtiger doen!?” krijg ik dan naar mijn hoofd geslingerd. Nee, daar word ik dan op zo’n moment niet blij van.

Vooral het elastieken lusje is dus vervelend, maar er zijn er nog meer. Zo heb je dus die stalen krengen (die ook erg gevoelig zijn), de veel te krappe lusjes in kinderjasjes (wat is daar de logica van? De jas is klein, dus het lusje dan ook maar? Het is niet zo dat kapstokhaakjes zich in grootte aanpassen aan de jas) en de lusjes die eigenlijk geen lusjes zijn, maar het flapje waarop de maat van de jas en de temperatuur waarop de jas gewassen zou moeten worden mocht je die ingetrokken vlek snot er ooit nog uit willen halen.

Lusjes zijn er om een jas makkelijker op te kunnen hangen en dus vanuit een gemakbevorderende gedachtegang ontstaan. En wat mijn nieuw verkregen inzicht in deze kwestie dan precies is?

Als je in het woord ‘lusje’ van de ‘l’ een ”k’ maakt en van de ’s’ een ‘t’, dan krijg je kutje. Dat heeft de persoon die het concept ooit bedacht heeft maar al te goed geweten!

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have Comments (3)

Wetenschap

Binnen communicatiewetenschappen wordt veel onderzoek gedaan naar media effecten. Het komt dan ook regelmatig voor dat er binnen sociale wetenschappen zoals de communicatiewetenschap op een kwantitatieve manier wordt gekeken naar media gebruik. Zet wat mensen voor een tv en leg ze na een halfuur aan reclameblok een vragenlijstje voor waarin ze moeten aangeven of ze zich het merk kunnen herinneren dat na precies twee minuten en vierendertig seconden voorbij kwam, het liefst op een schaal oplopend van één tot negen. “Kunt u aangeven in hoeverre u de merknaam in het derde filmpje nog kunt herinneren op een schaal van één (totaal niet) tot negen (totaal wel).” Ik zie dan bij de keuze voor een score van zes iets voor me als: ik heb werkelijk geen idee wat het merk was maar er staat me vaag iets bij van een wasmiddel dus laat ik maar een zesje invullen zodat het in ieder geval lijkt alsof ik daadwerkelijk heb zitten kijken, terwijl ik stiekem eigenlijk mijn moeder zat te smsen of er nog groene thee in de kast staat. Op een soortgelijke manier wordt er door een heleboel wetenschappers ook onderzoek gedaan naar de relatie tussen videospellen en agressie.

Ik vind dat vervelend. Laat een groep mensen een schietspel spelen, neem een vragenlijst af waarin moet worden aangegeven hoe je zou reageren wanneer iemand zijn Audi a6 vol tegen de achterbumper ramt van jouw Suzuki Swift, waardoor je naast twee weken een stijve nek hebben ook nog eens je auto total loss mag inleveren bij de dealer. Beantwoord de vraag met ‘ik zou boos zijn en de man in de Audi a6 uitmaken voor schele Duitser’ en je hebt een positieve correlatie. Het spelen van een schietspel zorgt ervoor dat je agressief reageert op een situatie. Zonder het schietspel zou je namelijk uitstappen, naar de Audi a6 lopen, de man erin een knuffel geven en je oma bellen dat je van het weekend wel graag gebakken aardappeltjes met een biefstukje zou willen eten.

Dit klinkt wat overdreven en dat is het ook. Maar het komt wel neer op hoe er door een heleboel wetenschappers onderzoek wordt gedaan naar bijvoorbeeld videospellen en agressief gedrag. Je begint je onderzoek met de gedachte dat spellen eventueel agressief gedrag kunnen bevorderen en vervolgens doe je er alles aan die conclusie te kunnen trekken. Natuurlijk je verhaal afsluitend met de stelling dat verder onderzoek ter aanvulling noodzakelijk is, maar dat dit toch wel een heel mooi beginnetje is. Ik vind dat zo nu en dan best storend. Ik betwijfel of ik zelf ooit uitgebreid onderzoek zal gaan doen, maar mocht het toch gebeuren dan zal ik proberen aan te tonen of je lucht het best in de oven of de magnetron kunt bereiden.

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have No Comments

De Recensent

Dit is waarmee ik mijn docente verblijd. Een heuse recensie. Aangezien ik al een tijdje niks meer heb geschreven voor mijn site, moet ik maar even vals spelen. Het gaat over de film Edge of Darkness. Doe ermee wat je wil.

De onverstaanbare terugkeer van een oude rot

Na zich de laatste jaren enkel achter de camera te hebben opgesteld, is het nu weer eens tijd voor een optreden op de voorgrond. Mel Gibson is na bijna zes jaar afwezigheid namelijk weer terug als acteur in de stevige Hollywood-productie Edge of Darkness. De veteraan speelt hierin de norse politieagent Thomas Craven (met even stoer als onverstaanbaar accent) waarvan de dochter bij wijze van ongeluk overhoop wordt geschoten door crimineel gespuis. In eerste instantie lijkt het erop dat de daders het op de oude Craven gemunt hebben en een klein inschattingsfoutje hebben gemaakt wat betreft het richtwerk, maar al na een klein halfuurtje film wordt duidelijk dat de vork iets ingewikkelder in de steel zit. Vanaf het moment dat Craven erachter komt dat zijn dochter minder onschuldig is dan hij altijd heeft gedacht worden de eerste signalen van een smerige samenzwering duidelijk en begint de ellende pas echt.

Ellende die helaas erg voorspelbaar is. Het verhaal van Edge of Darkness is namelijk behoorlijk clichématig. Het is de dertien in een dozijn actie-thriller waarvan je weet dat als de ingenieuze plotwending na anderhalf uur nog niet heeft plaatsgevonden, je hem ook niet meer hoeft te verwachten en de film uiteindelijk zonder bijzonderheden richting het einde rolt. Dit wil niet per definitie zeggen dat de film daardoor slecht is, sterke acteerprestaties zouden bijvoorbeeld een hoop goed kunnen maken.

Helaas valt de film in dat opzicht ook nogal tegen. Zoals gezegd acteert Mel Gibson met een stoer en onverstaanbaar accent waarmee mensen uit de stad Boston in Amerika blijkbaar gezegend zijn. Mel Gibson is geboren in de staat New York en is opgegroeid in Australië, dus het Boston-accent is ingestudeerd en daardoor nep. Ik maak hier zo een punt van omdat ik mij de gehele film bleef ergeren aan dat vervelende accent. Ik neem Mel Gibson als acteur heus wel serieus, maar in Edge of Darkness lukte het mij simpelweg niet. Hij speelt de rol van een onder een en al ellende gebukt gaande vader die niets meer wil dan de waarheid boven tafel krijgen om zo met de nodige vrede zijn leven uit te kunnen leven. Mel Gibson zet hem echter neer als een wraaklustige actieheld. Daarbij komt ook nog het optreden van Ray Winstone, die de rol van mysterieuze badguyspeelt (het schijnt dat Robert De Niro tijdens de opnames is weggerend voor deze rol), dat gewoon niet klopt. Zijn Gibson en Winstone nou vrienden of vijanden? Het wordt op de spaarzame momenten dat zij samen een scène vullen amper duidelijk. Of dat komt door de vertolking door Winstone of het matig uitgewerkte script, zou ik zo gauw niet durven te zeggen.

De film is geregisseerd door Martin Campbell, de man die eerder ook al twee James Bondfilms regisseerde. Campbell is een man die wel houdt van spannende verhalen en spectaculaire actiemomenten in zijn films en ook in Edge of Darkness zie je dat terug. De scènes waaruit dat blijkt, ik noem een chaotische autoachtervolging of een pittige vechtpartij met messen, worden prachtig in beeld gebracht, maar voegen in mijn ogen helaas bar weinig toe aan het verhaal. Het verhaal dat probeert een moderne, realistische samenzwering weer te geven wordt op deze manier omgebogen tot een spannende James Bondfilm en dat doet in mijn ogen afbreuk aan de authenticiteit ervan. Waarom moet het geheimzinnige ex-vriendje zonder enige aanleiding Craven in de haren vliegen met een mes? Of waarom het totaal onverklaarbare ongeluk waarbij de beste vriendin van overleden dochterlief voor haar sokken wordt gereden? Ze voegen niets dan ongeloofwaardigheid toe aan het verhaal.

Die James Bond geschiedenis van de regisseur wordt nog meer duidelijk door de keuze voor één schurk. Natuurlijk is het voor de duidelijkheid van een film handiger om één verpersoonlijking van het kwaad neer te zetten dan een onduidelijker groter geheel, maar zoals het in Edge of Darkness wordt gedaan is in mijn ogen wel heel simpel. De eigenaar van de fictieve multinational ‘Northmoor’ is verantwoordelijk voor alle ellende en moet dood. Het maakt van deze film een Bondeske actie-thriller waarbij de nadruk net iets teveel op het eerste woord ligt. Dat de film eigenlijk als thriller bedoeld is, blijkt uit het beetje drama dat Campbell probeert te uiten in een aantal emotionele flashbacks waarin Craven’s dochtertje nog leefde. De poging tot het opwekken van empathie bij de kijker druipt er werkelijk vanaf en maakt de scènes er helaas niet sterker op. Het past ook niet in het geheel. Bij mij wordt door deze momenten de indruk gewekt dat op het allerlaatste moment is besloten de scènes in de film te verwerken, om zo toch nog even wat drama toe te voegen aan het overwegend actiegerichte geheel.

Al met al ben ik dus niet heel erg te spreken over Edge of Darkness. Het is de terugkeer van een zeer gewaardeerde acteur, waar je meer van mag verwachten dan de onderhoudende actiefilm die Edge of Darkness is. De ideeën en acteur zijn er, nu alleen de uitwerking nog. De poging om van Edge of Darkness een spannend Hollywood-spektakel te maken zorgt er helaas voor dat er geen ruimte is voor het broodnodige beetje drama en je na het zien van de film met een gevoel achterblijft dat er veel meer met het verhaal gedaan had kunnen worden. Sta je de volgende keer weer gewoon achter de camera, Mel?

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have No Comments

Wij

Zo zullen wij, Nederlanders – om met de tenenkrommende woorden van champagnelurker Mart Smeets te spreken – ons de Olympische Winterspelen 2010 altijd herinneren.

En Bob de Jong reedt zijn rondjes rechtsom.

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have Comment (1)

Arie Bombarie en een schijtende zeekoe

Ik wil proberen uit te leggen hoe idioot grappig mijn laatste bezoek aan de Haarlemse feesttent Patronaat was. Het was alweer een tijdje geleden dat ik voor het laatst lekkend als een incontinente schoonmoeder heb gelachen tijdens het uitgaan, maar die avond overkwam het me weer eens.

De bewuste avond begon als een regenachtige, met bier en een familielid op bezoek. Helemaal vanuit Den Helder overgekomen om met mij bier te drinken en een stevig stonerrock concertje bij te wonen van de Californische rockband Fu Manchu. Fu Manchu is een zomerse band waarvan je alleen nummers kent die zijn gebruikt in het computerspel Tony Hawk’s Pro Skater. Los daarvan wist ik van tevoren in ieder geval werkelijk geen enkel nummer op te noemen, na afloop gold dat trouwens nog steeds. Dat betekent overigens niet dat de band niet boeiend was, want dat waren ze natuurlijk wel. De zanger waggelde als een kreupele zeehond over het podium, de tweede gitarist moest na afloop ongetwijfeld bij een eerste hulpafdeling opgenomen worden wegens kotsmisselijkheid door zijn constant headbangende hoofd en de bassist liep erbij alsof er een bierflesje in zijn kont zat. Een gevuld bierflesje. Ze speelde lekker en hard en het was eigenlijk best een fijn concert. De pitt was ook aardig op dreef, ik meende de nodige valpartijen en bloedneuzen te hebben gespot en dat vind ik gewoon fijn. Rockmuziek is gewoon fijner als je ondertussen mensen elkaar al dan niet bewust pijn ziet doen, net zoals jouw biertje fijner is als de persoon naast je de zijne op de grond kapot laat kletteren en zich ervan bewust is dat hij nog maar één slok had genomen. Jammer was wel dat er geen toegift werd gegeven. Geen toegift is in mijn ogen hetzelfde als iemand in zijn ballen spugen en vervolgens in het gezicht schoppen, niet tof dus. Het hoogtepunt moest echter nog komen.

Na het concert konden we namelijk na een kleine plaspauze overstappen naar een ander zaaltje waar het zogenaande ‘Bombarie’ plaats zou gaan vinden. Het concept daarvan is vrij simpel en heeft nogal de potentie volledig uit de hand te lopen. Het idee van Bombarie is dat iedere incapabele lul het podium op kan met zijn of haar paars gespoten dwarsfluit en er vervolgens muziek mag gaan maken. Of een gedicht voordragen. Of jezelf in het gezicht slaan. Alles is eigenlijk geoorloofd, iedereen is namelijk dronken en het maakt allemaal niet zo heel veel uit. Het leverde die avond dan ook vrij idiote taferelen op. Het programma werd aan elkaar gepraat door een ietwat vadsige circusdirecteur genaamd Arie. Ik heb geen idee wat de werkelijke naam van deze man is, maar ik zou het graag willen weten. Ik wil de man namelijk bij Hare Majesteit de Koningin voordragen voor een lintje. Dronken, scherp en gewoon extreem grappig, zijn termen waarmee ik de man het meeste recht doe. Zoals hij de dronken podiumbestijgers op subtiele manier compleet voor lul wist te zetten is echt pure schoonheid. Ik zou het zo nooit kunnen, niemand zou het zo kunnen. De man is een held.

Ik heb vervolgens nog harder gelachen door het bandje randdebielen met als instrumenten onder andere een elektrische viool en accordeon. Het leek één grote aanfluiting te worden, maar het tegendeel bleek waar. Een negentienjarige gozer begon na een kleine intro op zijn gitaar als een Duitse SS-officier in de microfoon te brullen en ik dacht heel even dat mijn hart het zou gaan begeven door mijn enorme lachuitbarsting, die als het geluid van een schijtende zeekoe geklonken moet hebben. Na deze enerverende band stond er ineens een wat verdwaaste Oostblokker op het podium die in gebrekkig Nederlands het meest gestoorde gedicht voordroeg, althans, ik neem aan dat het een gedicht was. De zeekoe scheet rustig door.

De bellenblaaswedstrijd tussen drie jarige mensen en een dronkon meisje, de zich compleet kapot gesnoven rockers en een enorme leverworst maakten het feest vervolgens op gepaste wijze compleet en het duurde dan ook even voordat de zeekoe kon afknijpen. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt.

Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. Ik heb in geen tijden zo hard gelachen en ik zal echt nooit meer leverworst eten. Nooit meer!

Post to Twitter Tweet This Post

posted by Ronald in Uncategorized and have No Comments